‘En de HEERE der heirscharen zal op dezen berg allen volken een vetten maaltijd maken, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn.’
(Jes. 25:6)

In onze tekst lezen we van een overvloedige maaltijd. Een reine tafel waar reine wijn geschonken wordt. Deze maaltijd wordt neergezet op de berg Sion. Als de HEERE Zijn volk verlost heeft uit ballingschap zal Sion weer een rustplaats, een plaats van zielsversterking worden. Sion is de plaats van Gods tempel, de plaats van de ark des verbonds met zijn verzoendeksel. De plaats waar God Zijn Zoon openbaart. ‘Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd’, zo zegt de HEERE in Psalm 132:14. In Hebreeën 12 wordt gezegd dat de christelijke kerk niet leeft bij de berg Sinaï, maar bij de berg Sion, het hemelse en geestelijke Jeruzalem, tot het bloed der besprenging

Het is Christus Die regeert op de berg Sion, ofwel in Zijn kerk. Nu wil Christus dat alle volken zullen eten van die vette maaltijd. Wat is erop tegen om deze tekst letterlijk te lezen als een voorzegging van de instelling van het Heilig Avondmaal? Als we deze tekst niet als een letterlijke voorzegging van de instelling van het Heilig Avondmaal verstaan, dan moeten we in ieder geval denken aan een geestelijke maaltijd met geestelijk voedsel en geestelijke drank.

De HEERE Zebaoth zal Zijn kerk als een huisgezin voeden en onderhouden op de berg Sion, dat is waar Christus als het Lam van God gepredikt wordt en tevens in de sacramenten zichtbaar wordt voorgesteld. Hoewel Christus’ kerk leeft te midden van vele vijanden die de ondergang van de kerk zoeken, zullen de vijanden van Gods kerk toch niet in staat zijn om dit werk van Gods almacht en trouw ongedaan te maken. Het is immers de HEERE der heirscharen, de God van de hemelse legermachten, Die voor deze maaltijd zorgt. Wie zal tegen God kunnen strijden? Wat een grote zaak, de HEERE belooft harts- en zielsversterkingen aan Zijn kerk, want Christus is de grote Overwinnaar. Dat maakt niemand meer ongedaan. Hij zit aan Gods rechterhand en Hem is gegeven alle macht, in hemel en op aarde. Daarom is Hij in staat om de strijdende kerk te voeden in de woestijn. Wat zal er nog gestreden moeten worden? Wordt die geestelijke strijd die gaande is, niet steeds intenser? Vreest u nooit? Is de kerk geen mikpunt van bespotting? Werd de verdeeldheid van de kerk niet pijnlijk zichtbaar in de afgelopen tijd? Dringen de machten zich niet op om te heersen over de kerk? Toch zal de HEERE Zijn kerk onderhouden.

Het geestelijk voedsel, dat Hij te eten geeft met de mond van het geloof, sterkt de Zijnen in de strijd tegen satan, zijn rijk, de wereld en in de strijd tegen het eigen ik. Ja, Hij sterkt Zijn kerk in vervolging, zodat christenen vanwege de kracht van dat geestelijk voedsel bereid zijn om te sterven voor de Naam aller Namen.

Staat u door wederbarende genade in deze strijd? Werd u overwonnen en ingewonnen door en voor de Overwinnaar? Zag u nergens enige bestaansgrond voor een heilige Rechter, dan alleen in Christus’ bloed? Hebt u het mogen aangrijpen door het geloof? Wel, alle gelovigen hebben versterking nodig. Daarom zijn ze geroepen om die versterking uit Sions zalen en tafels te zoeken. De zielsversterkingen van Christus worden door de bediening van de Heilige Geest in het Woord en de sacramenten aan de harten van alle gelovigen toegepast. Wees niet tevreden met de uitwendige kant van de dienst des HEEREN in Woord en sacrament. Geestelijk voedsel en geestelijke drank moeten geestelijk worden genoten. De HEERE make ons geestelijk. Vleselijk zijn we al, maar wie geestelijk geworden is, klaagt erover en verlangt naar een geestelijk hart. Mijn grote ik staat zo in de weg. Maar niet voor Hem, Die sterker is dan de dood. Hij geve de geestelijke spijs en drank te smaken en te proeven tot eer van Zijn Naam en tot versterking in de strijd.

M. van Sligtenhorst, V.D.M.