“….ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt”.          
Romeinen  8 : 34b

Christus is gestorven en opgewekt. Hij zit ter rechterhand Gods om voor de Zijnen te bidden. Wie zal dan nog beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt? Bedenk dat door Christus’ voorbidding bij de Vader alle oorzaken van verdoemenis worden weggenomen. Bovendien zendt de Heere Jezus Zijn Geest tot de Zijnen, Die hun leert bidden: “Abba, Vader.”

Moet u nog klagen over uw aardsgezindheid? Moet u dikwijls met David klagen: “Mijn ziel kleeft aan het stof, maak mij levend naar Uw woord?” Ik zeg u: Heb goede moed. Uw Zaligmaker is naar de hemel gevaren om uw aards gezinde hart hemels te maken. Loop Hem daarom aan. Hij zal het trapsgewijs doen en hiernamaals volkomen op de plaats waar Hij nu is om u plaats te bereiden.

Hij moest heengaan om al wat Hem nog te doen stond om onze zaligheid te verkrijgen. Hij moest Zijn borgschap uitvoeren volgens het verbond dat met de Vader was opgericht, namelijk: “Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.” Zou Hij deze wereld niet verlaten hebben om heen te gaan tot Zijn Vader, zou Hij niet geleden hebben, niet gestorven zijn, dan zou daaruit voortvloeien dat de Trooster niet tot Gods kinderen had kunnen komen!

Ds. J. van Lodenstein