Op haar gang naar de kribbe ontmoet de gemeente Johannes de Doper; zij mag hem niet ontwijken. Dit wordt ons door Markus voor ogen gesteld. Op zijn aanhef: ”Het begin van het Evangelie van Jezus Christus” volgt immers de tekening van de man in het kemelsharen kleed.

Het begin van het Evangelie is …… de boetgezant, die ons op onze zonden wijst. Ontdekkend was Johannes’ woord, gelijk het woord van de profeten, welke vóór hem geweest waren. Hij moest prediken van de toekomende toorn; van de bijl, aan de wortel der bomen gelegd; van de wan, die de dorsvloer zal doorzuiveren. Och, mocht het gebeuren, dat de Heilige Geest u door de boetgezant verslagen en verbroken maakte. Want het begin van het Evangelie is dan ook ……. de heilsprofeet, die Gods  gunstbewijzen mag uitroepen over een arm en ellendig volk. Hoor Johannes’ boodschap: “Na mij komt, Die sterker is dan ik; Hij zal u dopen met de Heilige Geest; zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.” De boetgezant hebben wij telkens weer nodig, om door de heilsprofeet in de rechte zielsgestalte tot de Verlosser te worden geleid. Onder de besturing des Geestes moge de vriend van de Bruidegom u, evenals Andreas en Johannes (Joh. 1:35), inwinnen voor Immanuel.

Wijlen ds. E. van Meer