‘Daarom, zijt gij ook bereid.’

(Mattheus 24:44)

Aan het begin van het nieuwe jaar stel ik u een eerlijke vraag. Het is een ernstige zaak om afscheid te nemen van het oude jaar. Het is een nog ernstiger zaak om een nieuw jaar te beginnen. Het is alsof we een donkere gang binnengaan. We weten niet wat ons kan overkomen voor het einde. Alles vóór ons is onzeker. We weten niet wat een dag zal brengen, en nog veel minder wat er in een jaar kan gebeuren. Bent u voorbeeld op ziekte, nood, het verlies van een dierbare, de dood en de wederkomst van Christus? Dat is een ernstige vraag.

Wie bereid is, heeft een Zaligmaker Die bereid is. Hij heeft Jezus, Die altijd bereid is om hem te helpen. Hij leeft het leven des geloofs in de Zoon van God. Hij heeft zijn eigen zondigheid ontdekt en is tot Christus gevlucht om vrede. Hij heeft zijn ziel met al haar zorgen aan de hoede van Christus toevertrouwd. Als hij de bittere kelk van droefenis moet drinken, weet hij dat die gemengd wordt door de hand die voor zijn zonden aan het kruis werd genageld. Als hij geroepen wordt om te sterven, weet hij dat het graf de plaats is waar de Heere Jezus heeft gelegen. Als hij hen die hem lief zijn, verliest, bedenkt hij dat Jezus een Vriend is Die ‘meer aankleeft dan een broeder’ (Spr. 18:24). Als de Heere zou wederkomen, weet hij dat hij niets heeft te vrezen. De Rechter over allen zal dezelfde Jezus zijn als Die zijn zonde heeft afgewassen. Gelukkig is de mens die met Hizkia kan zeggen: ‘De HEERE was gereed om mij te verlossen’ (Jes. 38:20).

Bisschop J.C. Ryle