‘En zij noemde het jongsken Ikabod’

(1 Sam. 4:21)

Rachel noemde haar zoon Ben-oni, zoon van smart (Gen. 35:18). Jabez kreeg zijn naam eveneens van zijn moeder. Hij kreeg zijn naam waarschijnlijk omdat het er in zijn tijd bijzonder moeilijk voor stond voor zijn moeder (1 Kron. 4:9). Zorgvol, verdrietig, dat is waar zijn naam aan herinnert.

Ach, wie kan Rachel of de moeder van Jabez veroordelen? Hadden zij er van hun kant niet reden toe om hun kind zo te noemen?

Nog beter kunnen we het begrijpen als we kijken naar de vrouw van Pinehas. Getrouwd met een roofdier. Pinehas stal van het offervlees. Hij eiste een deel van het offervlees waar hij geen recht op had (1 Sam. 2:12-16). Hij maakte zich schuldig aan de instelling en instandhouding van de tempelprostitutie (1 Sam. 2:22). Je zou met zo’n man getrouwd zijn en een kind van zo’n man verwachten. Haar leven staat in het teken van lijden. Lijden aan en in de kerk. Dat kan! Ook vandaag!

Hoe heeft zij het vol kunnen houden? Alleen in de vreze des HEEREN.

Israël heeft gezondigd. In de eerste tegenslag bij Afek gaan zij niet naar Samuël. Misschien wel omdat zij weten dat Samuël niets heel zal houden van hun godsdienst (1 Sam. 7:3).

In plaats van verootmoediging zoeken zij hun overwinning op de Filistijnen in eigenzinnige Godsdienst. Ze halen de ark van God erbij. Hofni en Pinehas hadden er heel wat voor over. Ze hebben een groot aantal kilometers afgelegd met de ark (meer dan 40 km). Het zal misschien wel twee dagen geduurd hebben. Een mens heeft er wat voor over om zijn eigen dwaasheid in stand te houden. Ze hadden de ark mee, maar God tegen. Dertigduizend doden waren het gevolg. De Filistijnen waren niet alleen bevreesd, maar vooral ook strijdvaardiger geworden. Hofni en Pinehas sterven, naar het woord dat eerder gesproken is. Het ergste is echter niet dat zij sterven, maar dat de ark van God wordt meegenomen door de Filistijnen. ‘Het onderpand van ’t heerlijk alvermogen, Zijn heilig’ ark, gaf Hij, voor Isrels ogen, Den Filistijn in d’ ongewijde handen.’ (Ps. 78:31, berijmd). Waarom is dit het allerergst voor Eli en zijn schoondochter? Het is alsof alle hoop vervliegt. Er was sinds de roeping van Samuël wel weer een openbaar gezicht (1 Sam. 3:1), maar nu lijkt het alsof Samuël alleen geroepen is om het oordeel te verzwaren. Geen mens schijnt zich neer te buigen voor de oordeelsprediking die van Samuël uitgegaan moet zijn. Maar nog veel erger is het dat Gods heerlijke Naam wordt gelasterd. Eerst in de verwereldlijking van de dienst des HEEREN, vervolgens in de welverdiende nederlaag in de oorlog en het allerergst in de wegneming van de ark. De ontheiliging van de ark des verbonds is de schuld van Israël. Kan het erger? Als de HEERE woont tussen de cherubim en die cherubim straks in het huis van Dagon te vinden zijn? Zal God Zijn volk verlaten?

De vrouw van Pinehas moet sterven, maar moet haar zoon een naam geven die recht doet aan de verwording van Israëls godsdienst. ‘En zij noemde het jongetje Ikabod.’ ‘Waar is de eer?’, zo wordt dat soms vertaald. Waar brengen ze de ark naar toe? ‘De eer is weggevoerd uit Israël’, zo zegt deze vrouw. Nu kunnen we onze tijd en onze kerkelijke omstandigheden eveneens benoemen met de naam Ikabod, zoals een stichting in ons land doet. Helaas doen zij dat buiten de kerken. Misschien lijden we aan dezelfde benauwde omstandigheden als Eli en zijn schoondochter, maar wij zijn nog niet bezweken. We kunnen zelfs met ons klagen menen wat te zijn en te worden. We roepen wel ‘Ikabod’, maar we lijden er niet aan of we verheffen onszelf ermee. God weet het. Nee, ik ontken niet dat we met alle vrome opsmuk van de gereformeerde gezindte, alle reden hebben tot verdriet en zorg. Maar we moeten ons steeds afvragen hoe oprecht we zijn. We mogen ook niet zo spreken alsof God niet meer werkt, want dat is beslist niet waar.

De vrouw van Pinehas sterft in benauwde dagen, maar haar grootste verdriet laat ons ook haar hoogste lust zien. God en Zijn eer. Jezus Christus, door de Vader geëerd en aangewezen. Als Zijn heerlijkheid niet wordt verkondigd, dan is het Ikabod.

Ze sterft benauwd en ze krijgt ruimte. Ze sterft en ze erft. Gods goedheid zal haar druk spoedig verwisselen in een eeuwig geluk.

Wat is uw hoogste geluk? Is dat hetzelfde als de vrouw van Pinehas? God in Christus te kennen en te eren? Dan leeft u, terwijl vele anderen dood zijn. Dan kan sterven zeer benauwd zijn en toch in de ruimte brengen. Amen.

M. van Sligtenhorst