Psalm 14 : 7a

De onbekeerde ziel is geen ogenblik veilig. Zijn hart, dat bekwaam gemaakt was om God er te huisvesten, is door de duivel ingenomen. Al wat de duivel verlangt, moet de onbekeerde ziel nu doen. Zijn onheilige wil moet er geschieden. Hij beheerst haar geheel en al!  

Al wat hij heeft, is in vrede, omdat al de krachten en vermogens van de ziel door satan gebruikt worden in de dienst van de zonde. In een onbekeerde ziel is een soort vrede wanneer de duivel als de sterke gewapende haar vast heeft. 

De zondaar heeft van zichzelf een goede dunk. Hij waant zichzelf veilig en gerust. Hij twijfelt niet aan het goede van zijn staat. Hij vreest nooit voor het toekomende oordeel. Hij vleit zich in zijn eigen ogen en roept tot zichzelf van vrede. Zijn consciëntie geniet zelfs een volmaakte vrede. Wij mogen krachtig en hartelijk prediken, u kunt naar Gods huis gaan en uw plaats innemen onder Gods volk, maar zolang satan in u heerst, is uw consciëntie gevoelloos. Daarom gevoelen de meesten van u niets onder de prediking van het Woord. U gaat zelfs nog verharder heen dan u kwam.

Uw hart is in volkomen vrede en uw wil is gebonden. Daarom zegt u: “Vrede, vrede en geen gevaar!” U zit rustig en bent op uw gemak. Is dat goed? O nee!

De satan mag u nu in vrede houden, maar er komt een ogenblik dat hij u in de vuurpoel zal werpen. Dan zal er geen vrede meer zijn! O, dat de Vorst des vredes heden uw valse vrede verbrak en u Zijn vrede gaf!

R.M. McCheyne