Psalm 27 : 4(midden)

Wie Christus vindt, vindt het leven. Als we Zijn alles overtreffende schoonheid en ontzaglijke deugden zouden kennen, zouden we Hem zeker zoeken. Zij die Hem vinden, hebben genoeg voor tijd en eeuwigheid. Als u zich begeeft onder de inzettingen, bent u op een prachtige akker, die uw eigendom kan worden. U ziet naar de oppervlakte, maar weet u wat er onder de grond ligt? Een schat en dat is Christus. Hij is het Voorwerp Dat Gods kinderen van alle tijden hebben gezocht in de inzettingen. Daar ging hun begeerte naar uit, hoe weinig de wereld zich er ook om bekommerde. Ze hebben Hem steeds opnieuw gezocht, ook toen ze Hem eenmaal gevonden hadden. Zij begeerden steeds te drinken uit die fontein, nadat ze het water eenmaal geproefd hadden.

Daarom zegt David: “Eén ding heb ik van de HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de lieflijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.” In Psalm 63 zegt hij: “Ik zoek U in de dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U(…) Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer.” Jakobs verlangen was zo groot nadat hij met Christus geworsteld had, dat hij uitriep: “Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent!”. Zouden ook wij niet alle moeite gering moeten achten om Christus te vinden in Zijn inzettingen?

Thomas Boston.