Verlaten

Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten, verre zijnde van Mijn verlossing, van de woorden Mijns brullens? (Ps. 22:2)

Mijn God, mijn God! Waarom hebt Gij mij verlaten? … wij kennen deze vraag, die eigenlijk een kreet is, van Golgotha. Daar heeft Jezus aan het kruis te midden van dikke duisternis deze klacht geslaakt; de Zone Davids werd daar door een gelijksoortige zielsbenauwing geperst als waarvan Zijn voorvader in deze psalm spreekt in schokkende beelden, en zo is het feitelijk de Christus, die uit hem spreekt, wanneer hij vraagt naar ‘t ‘waarom’ van de Godverlating.

Wij kunnen de zielssmart van Christus niet peilen, toen Hij dit woord op de lippen nam. Hoe is het mogelijk, dat de Middelaar, die toch de Zoon was, door God prijsgegeven, losgelaten, verlaten werd? … niemand kan het verklaren, wij kunnen er slechts van zeggen, dat het een onmisbaar deel van Zijn Middelaarswerk was. Wie laat God los? Wie laat Hij varen? Aan wie onttrekt Hij zelfs het laatste sprankje licht zijner vaderlijke gunst? Dit doet Hij slechts aan één groep mensen: aan de vervloekten en eeuwig verlorenen in de buitenste duisternis! En nu voelt u het met vlijmende smart: indien u voor de verlating Gods in de diepten der hel bewaard zoudt worden, dan móést de Middelaar in uw plaats ook die straf ondergaan. Zó alleen kon Hij u, die in Hem gelooft, van de ganse straf over de zonde ontslaan, Hij moest van God verstoten worden, opdat Hij u zou aannemen om u nimmermeer te verlaten.

Tracht niet dit lijden van Jezus te begrijpen. Laat er u alleen door vertroosten.
Verlatenheid is een bittere beproeving. Zij is reeds zwaar, als de mensen u de nek toekeren en de gemeenschap één voor één met u afbreken. Zijn het uw vrienden of verwanten, dan is het leed dubbel grievend. Maar u hebt dan altoos nog uw God, die met Zijn genade bij en om u is, en u door Zijn goedertierenheid steunt en draagt.  Wat zou het echter zijn, als Hij Zich ook van u afwendde en u in uw hopeloze ellende alléén liet? Maar zie, nu moogt u er u mee vertroosten, dat Hij u nóóit zal verlaten, hoe zwaar uw lijden ook is, en hoe groot uw eenzaamheid. U zult wel soms het gevoel Zijner nabijheid missen. Ook de troost en de kracht er van. Maar Hij Zèlf heeft u ook dan niet verlaten. Klem u in die schijnbare verlating vast aan het Woord, waaruit blijkt, dat u Hem niet verlaat: “Mijn God, mijn God!”

Ds. J.J. Knap Czn.

To top